Een per post verzonden bezwaar- of beroepschrift is tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd én niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Deze bepaling uit de Awb wordt ook wel de gemitigeerde verzendtheorie genoemd. Er zijn geen wettelijke bepalingen of andere rechtsregels die bepalen dat de gemitigeerde verzendtheorie ook van toepassing is op een verzoek om ambtshalve vermindering.
Verzoek te laat
Een man ontvangt in 2015 een uitnodiging, herinnering en aanmaning om aangifte inkomstenbelasting voor 2014 te doen. Hij reageert hier niet op. Als gevolg daarvan stelt de inspecteur de aanslag ambtshalve vast. Vier jaar later, op de laatste dag van 2019, stuurt de gemachtigde van de man een verzoek per post om deze aanslagen ambtshalve te verminderen. Het verzoek wordt op 2 januari 2020 door de inspecteur ontvangen. De inspecteur vraagt vervolgens om aanvullende informatie. In maart levert de gemachtigde een resultatenrekening over 2014 aan en dient ook een aangifte voor dat jaar in. De inspecteur besluit het verzoek om ambtshalve vermindering toch af te wijzen, met als reden dat het te laat werd ingediend.
Op tijd gepost
De wettelijke vijfjaarstermijn voor ambtshalve vermindering eindigde op 31 december 2019. De gemachtigde van de man stelt dat hij het verzoek op tijd heeft ingediend. Hij heeft de brief met het verzoek immers voor het einde van de termijn op de bus gedaan. Het beroep op de verzendtheorie biedt echter geen uitkomst. Het hof oordeelt dat de verzendtheorie alleen van toepassing is op bezwaar- of beroepschriften en niet op een verzoek om ambtshalve vermindering.
