KG:211:2025:1 Overheidstakenvrijstelling voor begraafplaats en rouwcentrum? | Kennisgroepen
Een gemeente heeft gevraagd of de voordelen uit activiteiten rondom een gemeentelijke begraafplaats en een naastgelegen rouwcentrum onder de overheidstakenvrijstelling van de vennootschapsbelasting (Vpb) vallen. Dit verzoek betreft drie onderdelen: het gelegenheid geven tot begraven, overige werkzaamheden op de begraafplaats en diensten in het rouwcentrum.
Volgens de kennisgroep zijn de inkomsten uit het gelegenheid geven tot begraven mogelijk vrijgesteld van Vpb, mits de gemeente hiermee niet in concurrentie treedt met private partijen. De beoordeling hiervan ligt bij de belastinginspecteur. Dit komt voort uit de wettelijke verplichtingen in de Wet op de Lijkbezorging (Wlb), die gemeenten verplicht een begraafplaats te beheren en begraven mogelijk te maken.
Voor de overheidstakenvrijstelling in de vennootschapsbelasting is blijkens de parlementaire geschiedenis gekozen voor een ruimere benadering dan voor de ‘vrijstelling’ in de omzetbelasting. Activiteiten die worden verricht in verband met de uitoefening van een overheidstaak of van een publiekrechtelijke bevoegdheid (dus een taak of bevoegdheid die bij wet is toebedeeld aan een overheidslichaam) kunnen objectief worden vrijgesteld voor de vennootschapsbelasting als geen sprake is van feitelijke concurrentie. Er hoeft dus niet te worden gehandeld binnen een overheidsprerogatief.
Voor overige werkzaamheden, zoals onderhoud van graven en administratie, geldt dat deze alleen onder de vrijstelling vallen als ze aantoonbaar verband houden met de wettelijke taken van de gemeente. Als dat niet het geval is, is de vrijstelling niet van toepassing, zeker als er sprake is van feitelijke concurrentie met commerciële aanbieders.
De diensten in het rouwcentrum vallen buiten de overheidstakenvrijstelling, omdat de gemeente niet wettelijk verplicht is dergelijke diensten aan te bieden. Dit betekent dat de gemeente over deze inkomsten vennootschapsbelasting verschuldigd is.
Kortom, de toepassing van de overheidstakenvrijstelling hangt af van de wettelijke basis van de activiteiten en de mate waarin de gemeente concurreert met private ondernemingen.