De feiten: Geen loonbelasting over ERE-vergoeding bij thuisladen auto van de zaak
Werknemers die hun elektrische auto van de zaak thuis opladen en daarvoor een vergoeding voor ERE-certificaten ontvangen, hoeven daarover geen loonbelasting te betalen. Dat blijkt uit een standpunt van de Kennisgroep loonheffing algemeen van de Belastingdienst, gepubliceerd op 3 augustus 2026 (KG:204:2026:16).
De kennisgroep had eerder al vastgesteld dat de ERE-vergoeding bij particulier thuisladen onbelast is. Met dit nieuwe standpunt trekt de Belastingdienst diezelfde lijn door naar de situatie waarin de auto eigendom is van de werkgever.
Wat zijn ERE-certificaten ook alweer?
Wie thuis een elektrische auto oplaadt, bespaart CO₂-uitstoot. Een tussenpartij – de zogeheten inboekdienstverlener, bijvoorbeeld een energieleverancier of laadpaalbedrijf – registreert die laadstroom en krijgt daarvoor Emissiereductie-eenheden (ERE's) in het Register Energie voor Vervoer. Brandstofleveranciers zoals Shell kopen deze certificaten om aan hun wettelijke CO₂-compensatieverplichting te voldoen. Een deel van die opbrengst vloeit terug naar de automobilist, als vergoeding per geladen kilowattuur.
Ook bij de zaaksauto geen loon
De nieuwe vraag aan de kennisgroep: verandert er iets als niet de particulier, maar de werkgever de auto bezit? Volgens de Belastingdienst niet. De vergoeding vormt geen loon in de zin van artikel 10 van de Wet op de loonbelasting 1964.
Om van werkgeversloon te spreken moet aan drie voorwaarden zijn voldaan: er is een voordeel, dat voordeel houdt voldoende verband met de dienstbetrekking, en de werkgever verstrekt het bewust. Volgens de kennisgroep ontbreekt hier al de verstrekkingseis: het is niet de werkgever die het voordeel geeft. Ook aan de causaliteitseis wordt niet voldaan – de vergoeding hoort bij de persoonlijke sfeer van de werknemer, niet bij diens dienstbetrekking.
Ook van "loon van derden" – vergelijkbaar met fooien – is geen sprake. Daarvoor zou de vergoeding een beloning moeten zijn voor werk dat de werknemer voor de werkgever verricht. Thuis de auto opladen is volgens de Belastingdienst geen arbeidsprestatie: de werknemer doet dat niet als werknemer, maar als particuliere gebruiker van het stroomnet.
Effect op de laadkostenvergoeding
Belangrijk is wel het effect op de vergoeding die de werkgever al gaf voor de laadkosten zelf. Een werkgever mag een werknemer de werkelijke kosten van het thuisladen vergoeden; dat geldt als onbelaste intermediaire kosten. Betaalt de werkgever meer dan de werkelijke kostprijs, dan is dat meerdere deel wél belast loon.
De ERE-vergoeding drukt volgens de kennisgroep die werkelijke kostprijs per kWh. Ontvangt de werknemer dus geld voor de certificaten, dan daalt daarmee het bedrag dat de werkgever onbelast mag vergoeden voor de laadkosten. Wie beide vergoedingen krijgt, moet dus goed uitrekenen of de optelsom nog binnen de werkelijke kosten blijft.
Een uitzondering geldt als werkgever en werknemer zakelijke, marktconforme afspraken maken over doorlevering van energie. Dan telt de energieprijs op het moment van die afspraak, en blijft de ERE-vergoeding daarbuiten.

