Tijdens de Corona lockdowns bestond de mogelijkheid om bestaande vaste reiskostenvergoedingen onbelast uit te keren, ondanks een gewijzigd reispatroon. Voorwaarde was dat de reiskostenvergoeding al vóór 13 maart 2020 werd gegeven. Een werkgever, een gemeente, is het hier niet mee eens. Op basis van de cao Gemeenten 2020 hebben werknemers van de gemeente recht op een Individueel Keuze Budget (IKB). Werknemers kunnen zelf in het digitale systeem aangeven hoe ze dit budget willen inzetten. Een van de mogelijkheden is een aanvullende reiskostenvergoeding.
Sommige werknemers maken pas later de keuze om het IKB te gebruiken voor reiskosten. Hierdoor worden bepaalde vergoedingen pas na de start van de coronamaatregelen toegekend. De gemeente neemt het standpunt in dat werknemers al voor 12 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht hadden op de vaste reiskostenvergoeding, ongeacht of zij op die datum reeds hun keuze bekend hebben gemaakt. Volgens de gemeente vallen de vergoedingen dan ook onder de goedkeuring en moeten zij worden vrijgesteld. De Belastingdienst denkt hier echter anders over.
De gemeente gaat in cassatie bij de Hoge Raad, maar krijgt geen gelijk. De Hoge Raad bevestigt dat alleen vaste reiskostenvergoedingen die vóór de start van de coronamaatregelen zijn toegekend, kunnen profiteren van de goedkeuring. Vergoedingen die daarna worden toegekend, vallen buiten de reikwijdte van het besluit. Werkgevers kunnen op dat moment al rekening houden met de gewijzigde reispatronen.
ECLI:NL:HR:2026:25, Hoge Raad, 24/02364
