De Hoge Raad heeft op 10 april 2026 een belangrijk arrest gewezen over de belastingrente voor andere belastingen dan de vennootschapsbelasting (ECLI:NL:HR:2026:591). De kern van het oordeel: een belastingrentepercentage van 4% is volgens de Hoge Raad niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel en evenmin met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM.
Achtergrond
De belastingrente stond de afgelopen jaren volop ter discussie. Vooral het hoge rentepercentage in de vennootschapsbelasting leidde tot procedures. In het arrest van 16 januari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:59) oordeelde de Hoge Raad dat het percentage van 8% voor de vennootschapsbelasting onvoldoende was gemotiveerd en daarmee in strijd kwam met algemene rechtsbeginselen.
In het arrest van 10 april 2026 lag echter een ander percentage voor: 4% belastingrente voor onder meer inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet.
Oordeel van de Hoge Raad
De Hoge Raad maakt expliciet onderscheid tussen het rentepercentage van 8% in de vennootschapsbelasting en het percentage van 4% voor overige belastingen. Over dat laatste percentage overweegt de Hoge Raad:
“Dit percentage acht de Hoge Raad […] niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel.”
Volgens de Hoge Raad is een rentepercentage van 4% niet zodanig hoog dat sprake is van een buitensporige of onevenredige last voor belastingplichtigen. Daarbij lijkt mede van belang dat de wetgever bij een relatief beperkt percentage meer beleidsruimte heeft.
Wel beperking vanwege legaliteitsbeginsel
Hoewel de Hoge Raad het percentage van 4% inhoudelijk accepteert, werd de belastingrentebeschikking in deze zaak toch gedeeltelijk vernietigd. De reden daarvoor lag in het legaliteitsbeginsel.
De inspecteur had namelijk al vóór 1 oktober 2020 rekening gehouden met het per die datum verhoogde rentepercentage van 4%. Dat mocht volgens de Hoge Raad niet. Een verhoogd percentage kan pas worden toegepast vanaf het moment waarop de wettelijke regeling daadwerkelijk in werking is getreden.
Praktische betekenis
Dit arrest brengt meer duidelijkheid in de discussie rondom belastingrente:
- Een belastingrente van 4% lijkt volgens de Hoge Raad juridisch houdbaar;
- Het eerdere oordeel over de 8%-rente in de vennootschapsbelasting betekent dus niet automatisch dat iedere belastingrente te hoog is;
- Tegelijkertijd bevestigt de Hoge Raad dat de Belastingdienst strikt gebonden blijft aan de wettelijke ingangsdatum van rentepercentages.
Voor belastingplichtigen met hoge belastingrentebeschikkingen – met name in de vennootschapsbelasting – blijft het daarom zinvol kritisch te beoordelen of de rente correct is vastgesteld.
