Gemeenten die kosten maken voor de opvang en huisvesting van asielzoekers, vergunninghouders, Oekraïense ontheemden en andere vreemdelingen krijgen deze bijdragen sinds 1 juli 2026 via één uniforme regeling vergoed. De Belastingdienst heeft in een memo van 27 juli 2026 op hoofdlijnen vastgelegd hoe deze vergoedingen fiscaal worden behandeld, met name op het gebied van omzetbelasting en het recht op compensatie via het BTW-compensatiefonds (BCF).
Met de Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) verschillende bestaande financiële regelingen samengevoegd in één bekostigingskader. De regeling voorziet in een specifieke uitkering (SPUK) waarmee het Rijk de werkelijk gemaakte kosten van gemeenten vergoedt voor de realisatie, exploitatie en uitvoering van opvang- en huisvestingsvoorzieningen, aangevuld met bepalingen over bijzondere kosten, verstrekkingen aan ontheemden en voorbereidingskosten.
Volgens de Belastingdienst verandert de samenvoeging alleen het bekostigingsmodel; de wettelijke taken van gemeenten blijven ongewijzigd. Daarom wordt voor de fiscale beoordeling aangesloten bij eerdere duidingen van vergelijkbare regelingen. De SPUK-bijdrage van het Rijk is niet belast met omzetbelasting, omdat deze niet wordt gezien als vergoeding voor een prestatie. Ook huuropbrengsten, gebruiksvergoedingen en eigen bijdragen die gemeenten van asielzoekers ontvangen en verrekenen met de te declareren kosten, gelden in beginsel niet als vergoeding voor een prestatie door de gemeente, al blijft dat afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het concrete geval.
Voor de uitgavenkant maakt de Belastingdienst onderscheid tussen kostensoorten. Voor transitiekosten, exploitatiekosten en bijzondere kosten en verstrekkingen aan ontheemden bestaat geen recht op aftrek of compensatie van omzetbelasting, omdat deze kosten naar hun aard vooral ten behoeve van individuele derden worden gemaakt of betrekking hebben op vrijgestelde prestaties. Voor uitvoeringskosten geldt een uitzondering: in overleg met de VNG is vastgesteld dat 30 procent van de aan gemeenten gefactureerde omzetbelasting voor compensatie via het BCF in aanmerking komt, ter voorkoming van onzekerheid en ter beperking van administratieve lasten. Voor indirecte apparaatskosten loopt aftrek of compensatie via het gebruikelijke mengpercentage op algemene kosten. Aantoonbare voorbereidingskosten moeten per geval worden beoordeeld, omdat de aard en diversiteit daarvan een generieke fiscale duiding niet mogelijk maakt.
De Belastingdienst concludeert dat de nieuwe regeling fiscaal gezien niet leidt tot een wezenlijk andere uitkomst dan de eerdere opvangregelingen. Voor de opvang van Oekraïense ontheemden blijft tot en met 1 november 2026 de Regeling bekostiging opvang ontheemden uit Oekraïne (BooO) van toepassing; deze regeling wordt gedurende die overgangsperiode niet geraakt door de inwerkingtreding van de nieuwe bekostigingsregeling.
Wilt u het volledige memo ontvangen? Stuur dan een mailtje naar marijn.vanacht@juyst.nl.

