ECLI:NL:GHARL:2025:327, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23/1191 en 23/1192
Een maatschap van vijf tandartspraktijken verzorgt tandheelkundige spoedbehandelingen voor patiënten van tandartspraktijken in de regio. Zij is dagelijks geopend buiten de reguliere openingstijden van de aangesloten tandartspraktijken. Zij heeft haar eigen faciliteiten (ruimte, apparatuur) en heeft eigen ondersteunend personeel in dienst. De maatschap ontvangt een honorarium van de tandartspraktijken voor het beschikbaar zijn voor de spoeddienstwaarneming. De kosten van de spoedbehandeling brengt de maatschap bij de patiënt in rekening en de patiënt betaalt deze direct na de behandeling.
De inspecteur is van mening dat het honorarium niet valt onder de vrijstelling van omzetbelasting die geldt voor medische diensten. De maatschap is het hier niet mee eens.
Het gerechtshof oordeelt dat de geneeskundige diensten en de diensten waarvoor het honorarium wordt betaald, zijn gebaseerd op verschillende rechtsbetrekkingen met verschillende afnemers (patiënten en tandartspraktijken). De behandeling, die de maatschap bij de patiënt in rekening brengt, is vrijgesteld van btw. Het honorarium dat de maatschap ontvangt van de tandartspraktijken voor het beschikbaar zijn voor spoeddienstwaarneming is een zelfstandige prestatie en is niet bijkomstig aan de geneeskundige behandeling. Daarom is dit honorarium niet vrijgesteld van btw.
NOOT: let er dus goed op dat de medische vrijstelling (evenals andere vrijstellingen) smal wordt toegepast. Je moet goed kijken naar de rechtsverhoudingen en wat precies de prestatie is waarvoor wordt betaald. In deze werd de vergoeding niet betaald voor de medische handeling zelf, maar voor het beschikbaar zijn voor het verrichten van de medische handeling. Dit zijn volgens het hof twee verschillende activiteiten.
Nu de aan de tandartsenpraktijken verrichte dienst geen zorgcomponent in zich heeft, is het Hof van oordeel dat met deze diensten geen sprake van waarneming (van collega’s) is. Hierin ligt besloten het oordeel van het Hof dat voor waarneming van een medische dienst de betreffende dienst in ieder geval een zorgcomponent in zich moet hebben. Het is niet relevant dat het aangaan van de overeenkomst met belanghebbende door de tandartspraktijken is ingegeven door de verplichting van om waarneming te verzorgen buiten hun reguliere openingstijden. Belanghebbende is daarom omzetbelasting verschuldigd over het honorarium.