ECLI:NL:RBNHO:2024:12642, Rechtbank Noord-Holland, AWB – 23-2962
Achtergrond
De uitspraak betreft een geschil tussen een gemeenschappelijke regeling (eiseres) en de Belastingdienst over de toepassing van de btw-koepelvrijstelling. De organisatie is een ambtelijke fusieorganisatie van vier gemeenten die gezamenlijke diensten verleent.
Kern van het Geschil
- De rechtbank oordeelt over de vraag of de diensten van eiseres aan de gemeenten onder de koepelvrijstelling vallen
- Tussen partijen is niet betwist dat de dienstverlening zowel vrijgestelde als btw-belaste activiteiten omvat
Standpunt GR
- Stelt dat de koepelvrijstelling pro rata moet worden toegepast
- Claimt dat de gemeenten haar diensten voor 98% gebruiken voor vrijgestelde of niet-ondernemersactiviteiten
Beslissing Rechtbank
- De rechtbank oordeelt dat de vrijstelling strikt moet worden uitgelegd
- Omdat eiseres niet heeft geregistreerd hoe haar personeel wordt ingezet voor verschillende activiteiten, kan de vrijstelling niet worden toegepast
- Wet en EU-richtlijn bieden geen ruimte voor een pro rata-berekening op basis van een percentage
Consequentie
Let goed op dat de koepelvrijstelling een strikte toepassing kent! In praktijk zien wij dat er geregeld generieke afspraken worden gemaakt over een kostenverdeling. Dat is ook logisch in het kader van een samenwerking, dan zijn partijen bereid om naar het grote plaatje te kijken, omdat het financiële voordeel van samenwerken groter is dan de individuele belangen in de afrekening.
Voor de toepassing van de koepelvrijstelling moet er echter gedetaillieerd worden gekeken hoe de kosten worden verdeeld. Als de koepelvrijstelling niet kan worden toegepast en er ontstaat een kostprijsverhogende btw-plicht, dan wordt het financiële voordeel van samenwerken een stuk kleiner. Sterker nog, misschien is samenwerken financieel niet meer interessant! Let dus goed op de btw bij het maken van de samenwerkingsafspraak.