Een bv verkoopt aandelen in een bedrijf, maar de kopers weigeren de tweede tranche af te nemen. Zij beroepen zich op dwaling of bedrog. De rechtbank oordeelt dat het opnemen van niet-bestaande rechtspraak kwalijk is en leidt tot extra proceskosten.
Dwaling
De bv verkoopt in 2024 100% van de aandelen aan de twee kopers. De koopprijs bedraagt € 2.100.000, met een mogelijke earn-out tot € 2.350.000. De levering van de aandelen vindt in twee tranches plaats. Na de overdracht van de eerste 50% weigeren de kopers de resterende aandelen af te nemen. De kopers stellen dat de koopovereenkomst onder invloed van dwaling of bedrog tot stand is gekomen. Zij beweren dat de verkoper onjuiste inlichtingen heeft verstrekt over de omzet van het bedrijf en de mededelingsplicht heeft geschonden. De prognose voor 2024 en 2025, die een winst van € 405.000 voorspelde voor de tweede helft van 2024, bleek later een verlies van € 36.500. De rechtbank oordeelt echter dat een realistische prognose geen harde voorwaarde was voor de koopovereenkomst. De prognose is pas opgesteld nadat partijen overeenstemming hadden bereikt over de koopprijs en diende voor een financieringsaanvraag bij de bank. De kopers moeten alsnog meewerken aan de levering van de resterende aandelen tegen betaling van € 1.050.000 plus wettelijke rente.
Onjuist citaat en proceskosten
In de conclusie van antwoord nemen de kopers een volledig onjuist citaat op uit een arrest van de Hoge Raad. De verkoper stelt dat dit mogelijk door artificial intelligence is gegenereerd. Hoewel de oorzaak onduidelijk blijft, acht de rechtbank het als citaat opnemen van niet-bestaande rechtspraak kwalijk. Dit heeft zowel de verkoper als de rechtbank nodeloos extra tijd en aandacht gekost. De rechtbank begroot de daarmee gemoeide kosten op een halve punt in de proceskostenveroordeling, wat neerkomt op € 2.315,50.

