Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft in zijn uitspraak van 10 december 2025 (ECLI:NL:GHSHE:2025:3541) bevestigd dat de diensten van een ondernemingspensioenfonds vrijgesteld zijn van omzetbelasting. Daarmee volgt het hof het oordeel van de rechtbank dat de uitvoering van pensioenregelingen kwalificeert als een voor de btw vrijgestelde dienst, zodat over de pensioenpremies geen btw verschuldigd is.
Het hof oordeelde dat de door het pensioenfonds verrichte werkzaamheden voldoen aan de voorwaarden voor btw-vrijstelling op grond van de Wet op de omzetbelasting. Belangrijke overweging daarbij was dat de premiebetalingen en de uitvoering van pensioenovereenkomsten de kenmerken hebben van verzekeringsdiensten die volgens de wet zijn vrijgesteld van btw.
Deze uitspraak komt in een breder fiscaal debat over de btw-behandeling van pensioenpremies. Eerder oordeelde het Hof Arnhem-Leeuwarden dat pensioenuitvoering niet als een btw-vrijgestelde verzekeringsdienst moet worden aangemerkt en dat daardoor pensioenpremies belast zouden zijn met 21 % btw.
De staatssecretaris van Financiën heeft echter aangegeven dat hij deze uitspraak van Arnhem-Leeuwarden niet als uitgangspunt overneemt voor de belastingpraktijk zolang de Hoge Raad in een aanhangige cassatiezaak geen oordeel heeft gegeven over de btw-kwalificatie van pensioenpremies. Dat betekent dat vooralsnog het beleid blijft dat pensioenpremies niet belast zijn met btw, en dat pensioenfondsen die dat standpunt volgen dan ook geen btw in rekening hoeven te brengen over de premies.
ECLI:NL:GHSHE:2025:3541, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24/428
Staatssecretaris wacht op oordeel Hoge Raad over pensioenpremie en btw – JUYST
