De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat de kosten van het gebruik van gemeentelijke sportaccommodaties voor bewegingsonderwijs niet onder de SPUK-regeling vallen en dat de minister daarom terecht geen extra uitkering aan de gemeente Heerlen heeft toegekend. De minister wint het hoger beroep, de gemeente verliest haar incidenteel hoger beroep en de uitspraak van de rechtbank Limburg wordt vernietigd.uitspraken.
Wat was er in geschil?
In geschil was of de gemeente Heerlen op grond van de Regeling specifieke uitkering stimulering sport (SPUK-regeling) een uitkering hoort te krijgen voor de kosten van het ter beschikking stellen van binnensportaccommodaties aan scholen voor bewegingsonderwijs in het primair en voortgezet onderwijs. De gemeente stelde dat deze kosten als ‘sport’ in de zin van de SPUK-regeling moeten worden gezien, terwijl de minister vond dat bewegingsonderwijs daar niet onder valt en daarom buiten de regeling blijft.
Wat was het belang?
Voor de gemeente Heerlen ging het om een aanzienlijke financiële compensatie voor gemiste btw-aftrek na de wijziging van de btw-sportvrijstelling per 1 januari 2019; de SPUK-regeling is immers bedoeld om dat btw-nadeel bij sportactiviteiten te verzachten. Breder is de uitspraak van belang voor alle gemeenten, omdat duidelijk wordt dat kosten voor bewegingsonderwijs (gymles) niet via de SPUK-sportregeling gecompenseerd hoeven te worden, tenzij de wet- of regelgever de regeling aanpast.
Wat is de uitkomst?
De Afdeling verklaart het hoger beroep van de minister gegrond en het incidenteel hoger beroep van de gemeente Heerlen ongegrond. De uitspraak van de rechtbank Limburg wordt vernietigd en het beroep van de gemeente tegen het besluit op bezwaar van 30 maart 2021 wordt alsnog ongegrond verklaard, zodat de lagere SPUK-uitkering (zonder vergoeding voor bewegingsonderwijs) in stand blijft.
Belangrijkste overwegingen
-
De SPUK-regeling is een zelfstandige regeling met een eigen beoordelingskader; de minister heeft beleidsruimte om te bepalen voor welke activiteiten een uitkering wordt verstrekt en heeft er bewust voor gekozen om verhuur van sportaccommodaties voor bewegingsonderwijs niet onder de regeling te brengen.
-
In de toelichting op de SPUK-regeling is bepaald dat alleen activiteiten in aanmerking komen die onder de verruiming van de btw-sportvrijstelling vallen; bewegingsonderwijs valt fiscaal echter onder de btw-onderwijsvrijstelling, niet onder de sportvrijstelling, zodat de daarmee samenhangende kosten niet voor SPUK-uitkering in aanmerking komen.
-
Hoewel ‘sport’ in de SPUK-regeling is gedefinieerd als activiteiten met een niet te verwaarlozen lichamelijke component, maakt de Afdeling – in lijn met de fiscale wetsgeschiedenis en het arrest English Bridge Union – duidelijk dat sport moet worden onderscheiden van lichamelijke opvoeding (gymles) in het onderwijs.
-
De rechtbank heeft volgens de Afdeling ten onrechte uitsluitend naar de tekst van de definitie ‘sport’ gekeken en niet voldoende gewicht toegekend aan de toelichting, de bedoeling van de regeling en de keuze van de minister om aan te sluiten bij de (beperkte) verruiming van de btw-sportvrijstelling.
-
Het beroep van de gemeente op verwachtingen over volledige compensatie van btw-nadeel slaagt niet: uit toelichting en Kamerbrieven volgt geen concrete, ondubbelzinnige toezegging dat ook het (vroegere) fiscale voordeel rond bewegingsonderwijs volledig via SPUK zou worden gecompenseerd.heerlen.
Uitspraak 202406111/1/A2 – Raad van State
